Blog

Onze Safety Assessor, Ruben Timmerman, verdiept zich elke maand in een allergeen. Door consumenten en bedrijven te informeren over gevaarlijke conserveermiddelen, hoopt SkinConsult bij te dragen aan het behoud van de gezondheid en veiligheid van consumenten.

Deze maand: UV Filters in cosmetica

Zonnebrandcrèmes; ze worden massaal gebruikt in de warme zomermaanden en op wintersport. De werking van deze crèmes is gebaseerd op zogeheten UV-filterende stoffen die de schadelijke Ultraviolette-straling opvangen. Op deze manier wordt DNA-schade aan de huid voorkomen.

Helaas staan een aantal van de UV-filterende stoffen bekend om hun mogelijke allergene werking. Allergische contactdermatitis, fotoallergische contactdermatitis en irritaties als gevolg van zonnebrandcrèmes zijn veelvoorkomende redenen voor bezoekjes aan dermatologische artsen. 

Het mechanisme achter allergische reacties op UV filters 

‘Ultraviolet (UV) filters can cause allergic and even more often photoallergic contact dermatitis.
Sunscreens are needed to protect the skin from the acute and chronic effects of ultraviolet radiation (UVR).’  

Deze zogeheten UV-filters zijn anorganische blokkers die UVR of organische absorbers reflecteren of verspreiden. Organische UV-filters fungeren als chemische-energie-omzetters. Na absorptie van fotonen wordt het molecuul geëxciteerd naar een hogere energietoestand, waarna de geabsorbeerde energie wordt afgevoerd door de emissie van fotonen of warmte en het molecuul terugkeert naar de grondtoestand. In de Europese Unie worden zonnebrandmiddelen geclassificeerd als cosmetica, maar in de VS, Australië en Canada worden ze erkend als vrij-verkrijgbaar geneesmiddelen. Moderne organische UV-filtermoleculen zullen naar verwachting niet alleen UV-absorbers zijn met hoge extinctiecoëfficiënten. Ze moeten ook fotostabiel, veilig en gemakkelijk oplosbaar zijn in cosmetische oplosmiddelen (Popiół et al., 2019). 

De blootstelling aan UV-filters is zeer hoog vanwege de hoge concentratie in zonnebrandcremes. UV-filters kunnen tot zo’n 10% van het totale product omvatten. Bovendien wordt het product op het gehele oppervlak van de huid aangebracht. Sommige UV-filters of hun metabolieten werden gedetecteerd in het bloed, urine en melk van moeders die borstvoeding geven, wat erop wijst dat deze verbindingen in de bloedbaan doordringen. Extra zorgwekkend was de ontdekking van meerdere nadelige effecten van veelgebruikte UV-filters. Velen van hen kunnen hormoonontregeling veroorzaken en de levensvatbaarheid van zenuwcellen nadelig beïnvloeden, wat kan bijdragen aan de ontwikkeling van neurodegeneratieve ziekten. Bovendien vertoonde benzofenon-3 cytogenetisch effect op menselijke lymfocyten.  

De andere beperkingen van de momenteel beschikbare UV-filters hebben te maken met de eerder genoemde contact- en fotocontactallergie. Een van de meest populaire UVB-filter, octinoxaat (INCI: ethylhexyl methoxycinnamaat, EHMC), ondergaat bij ultraviolette bestraling een foto-isomerisatieproces. Het resulterende Z-isomeer heeft een lagere extinctiecoëfficiënt, wat resulteert in een aanzienlijke vermindering van de fotoprotectiviteit en dus sterk verminderde werking van de stof. (Popiół et al., 2019) Bovendien werd aangetoond dat de fotolyseproducten van EHMC giftiger zijn voor de zoogdiercellen dan EHMC alleen. Een andere UV-filter met een lage fotostabliteit is de UVA-filter-avobenzone (INCI: butylmethoxy-dibenzoylmethaan). Na bestraling is het vermogen om UVA te absorberen aanzienlijk verminderd, bovendien werd aangetoond dat arylglyoxalen, de belangrijkste producten van avobenzone fotodegradatie, sterke sensibilisatoren zijn en dus sterk allergeen. (Popiół et al., 2019)

Vanwege hun onbevredigende veiligheidsprofiel volgens de regelgeving van de Europese Commissie zijn in de afgelopen jaren twee UV-filters namelijk 4-aminobenzoëzuur (PABA) en 3-benzylideen kamfer verboden voor gebruik in cosmetica. (Popiół et al., 2019) 

Prevalentie van allergische reacties door UV filters 

In een studie uit nieuw zeeland werd in 2019 van maart tot augustus een uitgebreide analyse van marktgegevens van websites van leveranciers uitgevoerd. Hierbij werd een lijst te verkregen van de meest verkochte zonnebrandcremes en hun ingrediënten (INCI). Ultraviolette (UV) filters, conserveermiddelen en geurstoffen werden opgenomen voor analyse.  

Voor de scope van deze blog zijn we voornamelijk geïnteresseerd in de UV-filters. Vijfennegentig zonnebrandmiddelen werden geanalyseerd: 36% verkocht in supermarkten, 43% in apotheken en de rest verkrijgbaar in beide. De meest voorkomende UV-filters waren butylmethoxydibenzoylmethaan (in 70% van de producten), gevolgd door octocryleen (63%) en homosalaat (50%). De UV-filter benzofenon 3 werd gevonden in 19% van de producten. Benzofenon-3 is zoals eerder vermeld een bekend fotoallergeen. Uit de studie werd helaas duidelijk dat veel verkochte zonnebrandcrèmes nog vol zitten met allergenen. Dit waren wel voornamelijk andere stoffen dan UV-filters, zoals conserveermiddelen en parfumstoffen. Omdat veel zonnebrandcrèmes vaak ook eerdergenoemde stoffen bevatten is het moeilijk in te schatten wat de specifieke prevalentie van de UV-filters is. (Roh., 2022) 

Gezien de nadelen van de momenteel beschikbare UV-filters blijft de zoektocht naar nieuwe UV-filters een belangrijk punt. De lijst van UV-filters die zijn toegestaan in cosmetische producten binnen de Europese Unie wordt nog steeds verder uitgebreid. In 2014 werd 2,4,6-tris([1,1′-bifenyl]-4-yl)-1,3,5-triazine (INCI: trisbiphenyl triazine) toegelaten, terwijl in 2018 2,2′-methyleen-bis-(6-(2H-benzotriazol-2-yl)-4-(1,1,3,3-tetramethylbutyl)fenol) (INCI: methyleen bisbenzotriazolyltetramethylbutylfenol nano) aan de lijst werd toegevoegd. Bovendien zijn er onlangs verschillende wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp gepubliceerd. Onderzoekers hebben zich gericht op modificaties van momenteel gebruikte verbindingen die derivaten van benzofenon, dibenzoylomethaan, benzotriazol, fenylbenzimidazol en kaneelzuur vertegenwoordigen. (Popiół et al., 2019) 

Take-home message 

Hoewel zonnebrandcrèmes bekende veroorzakers zijn van allergische reacties, is het vooralsnog onduidelijk wat de exacte rol van UV-filters is bij deze reacties. Wel is duidelijk dat deze UV-filters in hun huidig gebruikte vorm kunnen leiden tot een uiteenlopend scala aan adverse reacties, waarvan allergie er een van is. Er lopen dan ook meerdere onderzoeken naar de mogelijkheden tot modificatie van bekende UV-filters, om zo hun nadelige effecten zo goed als kan in te perken. Deze onderzoeken zullen doorgezet moeten worden om te bepalen wat de exacte rol van UV-filters is bij allergische reacties.

Als consument kunnen op de korte termijn de verboden UV-filters aminobenzoëzuur (PABA) en 3-benzylideen kamfer vermeden worden. Daarnaast kunnen eerder genoemde UV-filters vermeden worden zoals Benzofenon-3, Avobenzone (arylglyoxalen) en Octinoxaat (EHMC). Helaas zijn deze UV-filters nog vaak in zonnebrandmiddelen te vinden. 

 

Referenties

Popiół, J., Gunia-Krzyżak, A., Piska, K., Żelaszczyk, D., Koczurkiewicz, P., Słoczyńska, K., Wójcik-Pszczoła, K., Krupa, A., Kryczyk-Poprawa, A., Żesławska, E., Nitek, W., Żmudzki, P., Marona, H., & Pękala, E. (2019). Discovery of Novel UV-Filters with Favorable Safety Profiles in the 5-Arylideneimidazolidine-2,4-dione Derivatives Group. Molecules (Basel, Switzerland), 24(12), 2321. 

Roh, J., & Cheng, H. (2022). Ultraviolet filter, fragrance and preservative allergens in New Zealand sunscreens. The Australasian journal of dermatology, 63(1), e21–e25. 


Natuurlijke of synthetische conserveermiddelen

  Conserveermiddelen – Synthetisch of Natuurlijk? Cosmetica moet lang houdbaar blijven. Voor veel producten is het nodig om hiervoor conserveermiddelen toe te voegen. Er zijn natuurlijke, maar ook synthetische conserveermiddelen. Wat is nou beter?   Waarom we conserveermiddelen gebruiken Een conserveermiddel is een stof die wordt toegevoegd aan bederfelijke producten, zoals levensmiddelen en cosmetica, om […]
Lees meer 29-06-2022 Alex

Nikkel in Cosmetica

Zware metalen in Cosmetica Metalen zoals nikkel, kobalt, chroom en zink zijn alomtegenwoordig in onze omgeving. Tijdens de 20e eeuw resulteerden industrialisatie en het moderne leven in een verhoogde blootstelling aan deze metalen en dus een verhoogde incidentie van metaalallergieën. Metaalallergieën kunnen leiden tot allergische contactdermatitis. Metalen die elektrofiel zijn, hebben het vermogen om te […]
Lees meer 08-06-2022 michael colijn